Elke maand schrijf ik een stukje over de natuur in de
dorpskrant van Roderwolde. In twee afleveringen uit 2014, die ik hieronder
achter elkaar heb gezet het verhaal over de dasjes van Okkenveen:
Natuur
in De Onlanden Wil
Schröder
Het is winter en behalve de tuinvogels die regelmatig
de voederhuisjes e.d. bezoeken en de ganzen in de landerijen rondom het dorp,
is het rustig in de natuur. Ik maak daarom van de gelegenheid gebruik om de
komende twee afleveringen aandacht te besteden aan een dier dat rondom
Roderwolde (nog?) niet te vinden is, nl.
de das.
Dit verhaal gaat dus over de das, die, zolang er nog geen wolven
in ons land rondlopen, het grootste (land)roofdier van Nederland genoemd wordt.
Roofdier is wel een groot woord voor een zeer schuw dier, dat voornamelijk
leeft van regenwormen, larven, kevers, insecten, mais, fruit en af en toe een
slak, een vogelei of een jonge egel. Met die grootte valt het ook wel mee, al
kan een volwassen mannetje wel een meter lang kan worden en dan wel zo’n 18
kilo wegen. De vrouwtjes zijn meestal iets minder zwaar, hebben een wat
smallere kop en de staart is vaak meer een pluim, een follow-me signaal voor de
jongen.
bovendien veel dassen het
slachtoffer werden
van stroperij en gifgebruik in de landbouw, is hun aantal de laatste decennia
weer aanzienlijk toegenomen. Dankzij beschermende wetgeving en maatregelen om de
passage van verkeerswegen door middel van rasters en tunnels veiliger te maken,
zijn er momenteel naar schatting weer ruim 5000 dassen in Nederland, waarvan meer
dan 600 in Drenthe.
De
vereniging “Das en Boom”, die zich al
jaren sterk maakt voor de bescherming van de das, heeft een belangrijk aandeel
gehad in het herstel van de populatie.
Dassen zijn zeer schuw en komen vrijwel uitsluitend ’s
avonds of ’s nachts uit hun hol (burcht) tevoorschijn. Dassen hebben slechte
ogen, maar hun gehoor en vooral hun reuk is uitstekend. Ze zijn zeer alert op
onraad en elk ongewoon geluid of onbekende geur is aanleiding om onmiddellijk
weer in de burcht te verdwijnen en zich niet meer bovengronds te vertonen. De
nachtelijke voedselstrooptocht wordt dan opgeschort.
De
Drentse dassenwerkgroep, o.l.v. SBB boswachter Pauline Arends en dassenkenner
Lex Duif, organiseert ieder jaar een dassentelling in Midden-Drenthe. Een grote
groep vrijwilligers gaat op een avond in de maand mei, als de jonge dassen met
hun ouders naar buiten komen, posten bij de diverse bekende burchten om te
inventariseren hoeveel dassen er zitten en hoeveel jongen er geboren zijn.
Dassenburcht
met grote zandhopen
Dassenburcht
met grote zandhopen
Boswachter
Aaldrik Pot organiseert zijn telling in Noord-Drenthe.
Dassen
zijn sociale dieren en wonen soms met meerdere “gezinnen” in een burcht. Sommige
burchten zijn al jaren oud en worden al generaties lang door dassenfamilies bewoond.
Dassen
zijn echte gravers en een dassenburcht is goed te herkennen aan de grote hopen
zand voor de pijpen, soms wel meerdere kubieke meters. Dassen onderhouden hun
woning goed. Een bewoonde burcht is herkenbaar aan verse graafsporen en in het
voorjaar aan resten van nestmateriaal (hooi, blad, mos) dat door de moederdas
naar de burcht wordt gesleept en regelmatig wordt ververst.
Bij de voortplanting van dassen doet zich een
merkwaardig fenomeen voor. Een vrouwtjesdas kan na de zoogperiode van haar
jongen (ca. eind mei) de gehele rest van het jaar bevrucht worden, eventueel
zelfs door verschillende mannetjes. De
bevruchte eicellen blijven echter in een bepaalde ruststand en komen nog niet
tot ontwikkeling. Pas in deze tijd (december) beginnen de embryo’s zich te
ontwikkelen, onafhankelijk van het moment waarop ze verwekt zijn.
Eind
februari worden de jongen dan geboren, zodat ze in de meest gunstige tijd van
het jaar (temperatuur, voedsel) namelijk begin mei, voor het eerst naar buiten komen
Helaas worden (vooral in het zuiden van het land) nog
steeds dassenburchten vernietigd of beschadigd en worden dassen gestroopt of
vergiftigd. Gelukkig is, dankzij de wettelijke bescherming die de das en ook
zijn leefomgeving geniet, dit verwerpelijke gedrag sterk afgenomen, maar het
vindt helaas nog steeds plaats. Vroeger werd er op dassen gejaagd, omdat men ze
als schadelijk beschouwde en er producten werden gemaakt van bijvoorbeeld hun
haren (o.a. scheerkwasten). Men ving zelfs dassen om ze met honden te laten
vechten. Van de dassen werden dan wel eerst de tanden verwijderd, omdat ze
anders vrijwel altijd de honden de baas waren. In Groot-Brittannië zijn dassen
momenteel vogelvrij, omdat men ze (onterecht) verdenkt van het overbrengen van
(vee)ziekten.
Er
komen veel dassen om als gevolg van aanrijdingen door auto’s; zo’n 10 tot 15 procent van dassenpopulatie
komt om in het verkeer. Als dat om een zogend vrouwtje gaat, is dat extra
rampzalig, omdat dan meestal ook de jongen, die te jong zijn om zelf voedsel te
vergaren, omkomen. Op 6 mei van dit jaar werd er een moederdas doodgereden op
de A28 bij Tynaarlo. Omdat wij o.a. door middel van een nachtcamera de burcht
van deze das voortdurend controleren, wisten we dat het om een zogend vrouwtje
ging met maar liefst 5 jongen, een uniek aantal. Een das krijgt meestal 3 à 4
jongen per jaar, heel soms 4. Vijf jongen in één worp is dus heel bijzonder.
Ondanks pogingen om de jongen, die naar schatting zo’n 10 à 12 weken oud waren,
bij te voeren, ging hun conditie steeds verder achteruit.
Vijf (!) jonge dasjes op zoek naar hun onmisbare moeder.
Het speciale voer (rechts) was niet toereikend
In overleg met de vereniging Das en Boom is er na 10
dagen een ervaren vanger uit Limburg naar Tynaarlo gekomen, die een nacht lang
bezig is geweest om de verweesde dasjes te redden. Na de vangst van vier dasjes
(de vijfde heeft hij helaas niet te pakken kunnen krijgen) heeft hij ze naar
het opvangcentrum in Beek-Ubbergen (bij Nijmegen) gebracht. Daar werden ze door
vrijwilligers liefdevol verzorgd. Ondertussen zijn ze gezond en volledig op hun
normale gewicht en zijn ze eind augustus weer uitgezet.
De
vier jonge dasjes in de opvang van Das en Boom
Zo’n
uitzetting vindt plaats in een speciale ren met een (kunst-)burcht in
Noord-Brabant. De dassen moeten namelijk geleidelijk leren voor zichzelf te
zorgen. Nadat ze een aantal maanden worden (bij)gevoerd, waarbij ze steeds meer
moeten zoeken naar het voedsel, wordt de ren opengezet om ze de mogelijkheid te
bieden in een groter gebied hun voedsel te verzamelen en op den duur hun eigen
plek te vinden. De ervaring leert dat de uitgezette dassen, die maandenlang
overdag zijn verzorgd en gevoerd, al na enkele dagen weer hun nachtritme
aannemen en zich overdag niet meer bovengronds vertonen.
Het
is jammer dat deze Drentse dasjes niet weer in onze regio konden worden
uitgezet, maar de aanleg van een uitzetren en de eerste maanden van het
afbouwen van de verzorging is een kostbare zaak en in Brabant is een ren en
verzorging beschikbaar. Het voordeel is dat er in Brabant nieuw (Drents) bloed
in de populatie komt. We hopen dat “onze” burcht binnenkort weer nieuwe
bewoners krijgt.
Wil je meer horen over dassen e.d.? Ik geef er graag
een lezing over met plaatjes en filmpjes.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten