Luister
goed in het donker naar dit gedicht, dan
raad je alle vogels licht
1 Hij tikt op ramen met zijn bek
Je denkt misschien wel, dat is gek
Vraagt hij soms aan jou een broodkorst
Die eigenwijze ……….
2 Zijn jongen draagt hij op zijn
rug
Als hij je ziet dan duikt hij vliegensvlug
Onder en wel meer dan een minuut
Dat moet dus zijn de ………..
3 Golvend zweeft hij over ’t riet
En een mals hapje versmaadt hij niet
Elk vogeltje hoe klein ook is me lief
Toch heb ‘k geen hekel aan de …………..
4 Er is een vogel die leeft in zonde
Niemand heeft nog ooit zijn nest gevonden
Ik vind het niet, hoelang ‘k ook zoek
Dat moet wel zijn de ……..
5 Ik zie een vogel en denk: zie
daar de tjiftjaf
Dan hoor ik zijn roep en ik sta paf
Ik weet nu, dat het de tjiftjaf niet is
Het is zijn evenbeeld, de ………………….
6 Hij kwam van onze zuiderburen
Naar hem kijken kan ‘k wel uren
Maar wat hij doet is vaak niet fraai
We noemen hem gewoon de………….
7 Er zit een vogel op het dak
Hij draagt een zwartgrijs verenpak
Het is geen raaf of kraai, wat is het nou?
De deugniet is een …………
8 Van onder bruin met witte vlekken
Komt soms langs ons dorpje trekken
Je ziet hem ’s winters hier steeds vaker
Uit het noorden komt de ……….
9 Je ziet hem lopen in ’t moeras
Of met zijn snavel in een plas
Dan denk je steeds wat doet hij daar
Dat is tot slot de ………..