Stroomdal Drentsche Aa

Stroomdal Drentsche Aa
een bekende boom

zondag 23 oktober 2011

Herfst in De Kleibosch

Het is eind oktober en de herfst is al een eind gevorderd. De meeste bomen zijn hun bladeren kwijt en de natuur maakt zich op voor de winter. Vorige week ben ik nog maar eens op pad gegaan, om te kijken hoe het met de paddenstoelen in en om Roderwolde was gesteld. De eerste plek waar je dan gaat kijken is natuurlijk De Kleibosch. Het was een regenachtige dag en er was op het eerste gezicht weinig te beleven. Ik vond een paar algemene soorten, zoals de gele aardappelbovist, ook wel stuifzwam genoemd, diverse russula’s en bundelzwammen, zoals zwavelkopjes en schubbige bundelzwammen  en de kastanjeboleet.
Schubbige Bundelzwam
Nu ben ik bepaald geen paddenstoelenkenner, maar met een paddenstoelengidsje kom je een heel eind. Sommige soorten zijn echter wel erg moeilijk te definiëren, omdat ze veel op elkaar lijken en de soort in werkelijkheid toch vaak afwijkt van het plaatje in het boek. Bovendien zijn er in Nederland bijna vierduizend soorten bekend, dus voor je jezelf een kenner mag noemen……                                                                                                                                     
Paddenstoelen en schimmels zijn van groot belang in de natuur. Zij zijn namelijk de grootste opruimers van al het organische materiaal dat voortdurend door planten en dieren wordt geproduceerd, vooral in de herfst.
Bij paddenstoelen denken we dan eigenlijk meteen aan de vruchten, d.w.z. dat deel dat boven de grond verschijnt en zichtbaar is. Het belangrijkste deel van de paddenstoelen zit echter in de grond (of in oud en dood hout) in de vorm van een netwerk van draden,  het mycelium of ook wel de zwamvlok genoemd. Die zwamvlok kan heel uitgestrekt zijn. Wetenschappers hebben  in de VS een zwamvlok van een honingzwam gevonden met een oppervlakte zo groot als de provincie Utrecht. De vruchten van de fungi, de wetenschappelijke naam voor alle paddenstoelen en schimmels, zijn te vergelijken met de appels van een boom, zij zorgen alleen voor de voortplanting.  Het is dus niet zo erg als je ze plukt, maar toch kun je ze beter laten staan, vooral als je wilt dat ze een volgend jaar weer terugkomen. Bovendien zijn een aantal paddenstoelen giftig, een enkele soort zelfs zo erg (bijv. de groene knolamaniet), dat je er binnen enkele dagen aan overlijdt als je ze opeet. Afblijven dus! Natuurlijk zijn er ook veel eetbare en ook heel lekkere paddenstoelen zoals cantharellen, eekhoorntjesbrood, oesterzwammen en champignons, maar als je er geen verstand van hebt, kun je ze beter in de winkel kopen, dan ben je ook niet in overtreding, want paddenstoelen meenemen uit het bos is niet toegestaan.                                                                                                                   

Bleke of Asgrauwe koraalzwam?
Terug naar De Kleibosch. Aan het einde van mijn zoektocht werd ik verrast door de vondst van een soort, waarvan ik dacht dat het de bleke koraalzwam was. Toen ik hem opzocht in de paddenstoelengids bleek dat de soort al meer dan een halve eeuw was uitgestorven in Nederland! Onmiddellijk heb ik een foto opgestuurd naar Cees Koelewijn, die je wel een mycoloog (paddenstoelenkenner) mag noemen. Hij vermoedde dat we te maken hadden met asgrauwe koraalzwam, een soort die wel vrij zeldzaam is, maar al vaker in De Kleibosch was aangetroffen. Na microscopisch onderzoek van de sporen (daarin verschilt de bleke nl. van de asgrauwe koraalzwam) bleek dat inderdaad het geval te zijn.
Een beetje jammer, dat wel, maar ik had toch weer een spannende dag in de natuur beleefd.

woensdag 21 september 2011

Toch nog bijzondere vogel gezien

Op 21 september, het is dus bijna herfst, ben ik met Minte Mulder de Onlanden in geweest. We wilden eens kijken welke vogels we nog konden spotten. Nou, dat viel nogal tegen. Op wat wilde eenden, kuifeenden en een paar aalscholvers na, viel er in de Bolmert en de Middelvennen al helemaal niets te bespeuren. Langs de voormalige Onlandse dijk zagen we 2 zilverreigers en een paartje torenvalken. Verder was het, op de graspiepers na, ook hier erg rustig. Maar..... het leek een buizerd, maar de vlucht was anders en de zwarte vleugeleinden deed Minte constateren dat we te maken hadden met een Steppekiekendief. Hij vloog van ons weg en telkens als Minte zijn telescoopkijker in stelling had gebracht, was hij uit het zicht verdwenen. Vervolgens verscheen hij ook weer langs het Peizerdiep, maar de afstand was te groot om het sterke vermoeden, dat het hier om de reeds eerder in de Onlanden gespotte steppekiekendief ging, te bevestigen. Toch gingen we daar maar vanuit en was het toch een interessante ochtend. (Het werd nog extra leuk toen, bij thuiskomst, vlak voor me een forse bunzing de weg overstak! )
Later bleek dat we niet te maken hadden met de Steppekiekendief, maar met de minder zeldzame Blauwe Kiekendief. Ook leuk maar natuurlijk iets minder spectaculair, want die had ik al eerder in de Onlanden gezien.
Blauwe Kiekendief                                     Steppekiekendief
 
                                                                                         
                               
                   



                                                                                                       
                                                                                   
                                                                                                                                                        
                                                                                                                    

maandag 29 augustus 2011

Texel

Van 16 t/m 24 aug, zijn we een week op Texel geweest. Hoewel je op Texel vaak niet het eilandgevoel hebt, omdat het landschap grotendeels een voortzetting van het Noord-Hollandse landschap is, ligt er toch een fraai landschapspark  "De Texelse Duinen". Het bijzondere van dit natuurgebied is niet zozeer de aanwezigheid van een grote lepelaarkolonie, als wel het feit dat er een aantal algemene flora- en faunasoorten niet voorkomen. Daartoe behoren o.a. een aantal roofdieren, zoals de vos, de bunzing en de marter. Dit is ook de reden van de tientallen nesten van lepelaars; hun broedsel wordt niet door de vossen belaagd. We hebben gewandeld in het zuidelijk deel van het reservaat, de Hors en de Geul. Veel vogels op en rond de plassen, vooral ganzen (Rotgans, Grauwe Gans). Met name deze laatste soort zorgt door hun mest ervoor, dat de grote plassen vrijwel helemaal "dood" zijn, er zit geen leven meer in. Ganzen eten gras, veel gras. Ze moeten veel gras eten, omdat de voedingswaarde van het slecht verteerbare materiaal in hun relatief korte spijsverteringskanaal maar voor 10% wordt benut (een koe heeft niet voor niets 4 magen!). Bestrijding van de toename van de ganzenpopulatie is dus niet alleen van belang voor de boeren (economisch), maar ook voor de natuur. Of dat door afschot moet gebeuren, of door alternatieve methoden (eieren schudden of prikken), ik zou het niet durven zeggen, al voel ik natuurlijk wel meer voor het laatste.
Bijzonder vond ik  het voorkomen van bijzondere soorten als de Dauwbraam en de grote aantallen Parnassia op de Hors in het uiterste zuiden van het eiland.


Dauwbraam
                                           Parnassia

zaterdag 9 juli 2011

We hebben ze gezien!

Het is zaterdag 9 juni en we vertrekken met drie auto's uit Roden naar het Lauwersmeer om weer vogels te spotten. Bij de sluis in Zoutkamp sluiten nog 2 mensen aan, zodat we met zijn dertienen het Lauwersmeergebied intrekken. Al gauw vallen de eerste druppels en een grauwe regensluier hangt over het water zover het oog reikt. Zelfs in de vogelhut bij de kazerne houden we het niet droog. Natuurlijk trekt het gevogelte zich van de regen niet veel aan, maar beslagen brillen- en verrekijkerglazen beperken het observatiegenoegen wel wat. Langs het pad naar de hut is de gevlekte orchis uitgebloeid. De wespenorchis bloeit nog wel volop evenals de parnassia. Veel spectaculairs zien we nog niet, of het moet het groepje lepelaars zijn dat langs de oever foerageert. De regen wordt dichter en we besluiten om op tijd naar het visrestaurant te gaan. Als we weer buitenkomen is het gelukkig droog. We rijden in één keer door naar de Ezuma Keeg. We zien kluten, bontbekpleviertjes, zwarte ruiters (in de rui) en kemphanen, vnl vrouwtjes. Bij het uitzichtspunt nestelt een paartje rietzangers dat nog erg druk is met het voeren van de jongen.
 rietzanger
Er komt weer een bui en we gaan door naar de kijkhut Ezumazijl. Er zijn al een aantal deelnemers afgehaakt wegens andere verplichtingen, als we verder gaan naar de kijkheuvel bij Dokkumer Nieuwezijlen, waar we uitzicht hebben op het nest van de zeearend. En als je niets verwacht.....
Er zitten twee zeearenden in een paar dode stammen!! Ik ontdek ze met mijn veldkijker, maar met de telescoopkijker van Minte zijn ze uitstekend te zien.
Met de Tamron telelens zijn ze zelfs te zien

Even later vliegen ze op en ondanks de grote afstand zijn we onder de indruk van de imposante grootte van deze vogels. Een overweldigende gewaarwording en het maakt de hele excursie onvergetelijk. De regen zijn we allang vergeten.
We zien voor onze neus nog een bruine kiekendief voorbijkomen in zijn karakteristieke jachtvlucht. Een fraaie afsluiting.





De bruine kiekendief

woensdag 1 juni 2011

jong leven

Het gaat hard met het voorjaar. Vandaag, op de eerste dag van de meteorologische zomer, realiseer je je dat de tijd van broeden en drachtig zijn in de natuur vrijwel voorbij is en het jonge leven al op eigen benen (pootjes) staat. Lia fotografeerde een aantal weken geleden een drachtige ree. Of het dezelfde is als deze reegeit met jong weet ik niet zeker, maar het zou zo maar eens kunnen. Door het gedrag van de moeder hadden al een tijdje het vermoeden dat er een jong in het hoge gras langs de Aa lag. Ondanks dat we gepast afstand hielden en bovendien aan de andere zijde van de Aa liepen, ging ze er toch maar met de kleine bambi vandoor.

                                           foto Alida Liewes

woensdag 18 mei 2011

Avond van je leven

Volgens het gezegde is je bruiloft de dag van je leven en dan werd er denk ik in vroeger tijd vooral aan de daaropvolgende nacht gedacht. Ik heb niets te klagen over mijn huwelijksnacht(en), maar de avond van mijn leven was dinsdag 17 mei. Samen met Lia deed ik mee aan de dassentelling in Midden-Drenthe. Zondag hebben we met Lex een aantal burchten geïnspecteerd. De sporen bij een burcht in de boswachterij Schoonloo gaf ons goede hoop dat de burcht bewoond was. Daar zouden we dus dinsdag gaan posten.
Op ongeveer 25m van de burcht hadden we ons die dag om 19.00u. geïnstalleerd. Na ruim een uur zagen we beweging op de burcht. Eerst dachten we dat het om 3 dassen ging, maar toen ze volop in beeld waren bleken het een moeder met 3 jongen te zijn. Wat een verrukkelijk gezicht om de prachtige dieren met kijker, maar ook heel goed met het blote oog, te zien scharrelen en stoeien. Na ca. 40 minuten waren ze verdwenen en besloten we om 21.00 uur dolgelukkig de observatieplek te verlaten. In de SBB schuur in Elp hoorden we meer enthousiaste verhalen. Er zijn in totaal 66 dassen geteld op 27 burchten in de omgeving. Ik kijk nu al uit naar de volgende telling. 
foto Aaldrik Pot

Uitstapje

Hoe mooi het Drentsche Aa gebied ook is en hoe vaak je daar weer nieuwe ontdekkingen doet, soms is het leuk om eens ergens anders te kijken. Dat doe ik naturlijk regelmatig in De Onlanden, waar in het natuurgebied in wording natuurlijk telkens weer iets nieuws te ontdekken valt.
Zo ontdekten we bijvoorbeeld vorige week dat er in een zandbult bij het gemaaltje in de Matsloot wel 25 nestpijpen van oeverzwaluwen zitten. Het krioelt er van de aan en afvliegende ouders in de lucht. Hopelijk laat de Suikerunie, die de bult heeft gestort, deze nog jaren liggen.

Een ander uitstapje maakten we zaterdag 14 mei naar het Lauwersmeer met de vogelcursus van het IVN.
Je hoopt natuurlijk de geweldige zeearend te zien, maar dat is niet gelukt, maar een aantal andere bijzondere watervogels hebben we wel gezien waarvan een aantal ook goed voor de lens:

                                         Fraaie Kemphaan en Kluut

Zwarte Roodstaart

                                         Een bijzonderheid: Steltkluten

woensdag 11 mei 2011

Nieuw leven is nabij

Deze week was het druk in het reeënweitje aan het Okkenveen. Een ideale plek om in alle rust te grazen en zo nodig binnen enkele seconden je in het bos te verschuilen. Op heel korte termijn komt er echter een zorg bij, de zorg voor een jonge Bambi, of misschien wel twee. Op de foto is te zien dat dat niet lang meer zal duren.
Hoogzwanger
Nu het voorjaar al weer een tijd gevorderd is en de bomen en struiken al weer volop in het blad zitten, begint ook de wintervacht van de reeën uit te vallen. De vaalgrijze haren vallen uit of worden afgeschuurd (kijk maar eens om de stammen van eiken en berken) en de mooie bruine zomervacht verschijnt

De wintervacht verdwijnt

donderdag 7 april 2011

Ode aan Okkenveen

Waar de lucht en het zicht steeds weer verandert
Daar ligt mijn hart, daar voelt het fijn
Waar de Drentsche Aa volop meandert
Daar zou ik alle dagen willen zijn

Waar de dassen graven en de distel bloeit
De golfjes kabb’len op de plas
Waar de buizerd roept en de gagel groeit
Daar voel ik mij geweldig in mijn sas

Waar de lucht bezwangerd is met geuren
Een reiger uitglijdt op het ijs
Waar de lage zon de kim doet kleuren
Daar ligt mijn paradijs

Wil

vrijdag 25 maart 2011

Reeën

Vandaag werden we bezocht door zeven reeën. Drie liepen er achter het huisje, eerst in zuidelijke richting, even later terug naar de noordzijde. Bij een wandeling bleken er nog eens vier in het weitje achter het 2e huisje. Ze bespeurden onraad en verdwenen rustig in het bos.

goudhaantjes

Half maart zaten er op de zandweg naar Okkenveen wel honderd goudhaantjes. Ze waren druk bezig zich tegoed te doen aan de zaadjes van de elzenkatjes die op de zandweg lagen. Af en toe vlogen ze massaal op om dan als stenen uit de lucht te komen vallen om hun kostje weer te vergaren. Een drukte van belang. Af en toe werd hen de auto met draaiende motor weer te bedreigend en vlogen ze massaal op in de bomen, om zich vervolgens achter elkaar weer op het zand te storten. Geleidelijk werd de groep uitgedund en verwijderden ze zich. Enige dagen later trof ik weer een groep aan in het bos aan de noordoostkant van het Okkenveen.

Volgers