Stroomdal Drentsche Aa

Stroomdal Drentsche Aa
een bekende boom

maandag 12 november 2012


HERFST IN DE ONLANDEN         

Het is volop herfst in de natuur en dan denken we behalve aan vallende bladeren, vooral aan paddenstoelen. Overigens zie ik overal weer de bladverzamelplekken. Realiseer men zich wel, dat je met het verwijderen van het blad, de kringloop van voedingsstoffen verbreekt? Bovendien is het blad in borders en slootkanten een ideale plek voor allerlei organismen en dieren om de winter door te komen. Veel vogels, maar ook egels en andere zoogdieren vinden daar op hun beurt in de winter hun voedsel, dus waarom laten we die bladeren niet gewoon liggen?
                                                                      bladerverzamelbakken langs de straat

Maar goed, ik wilde het over paddenstoelen hebben. Je kunt ze op verschillende manieren indelen, maar ik zal me beperken tot hun functie.
Daarbij onderscheiden we drie typen:
De Saprofyten, die dood organisch materiaal afbreken (dus ook de dode bladeren!).  
Zij hebben een heel belangrijke functie in de voedselkringloop. Meer dan 90 procent van de afbraak van de organische reststoffen gebeurt door paddenstoelen en andere schimmels. Zonder hen zou een bos in zijn eigen afval omkomen. Veel paddenstoelen in tuinen en bermen behoren tot deze categorie, zoals de champignon, ridderzwam, zwavelkopje, berkenzwam, grote stinkzwam, oesterzwam en de gele aardappelbovist (stuifzwam).

                                                                                         Plooivoetstuifzwam

Naast deze opruimers van dood materiaal zijn er de zgn. Parasieten, die levende organismen (vaak bomen) aantasten. De bomen worden ziek en leggen het loodje. Veel van deze parasieten worden dan saprofyten en breken het dode hout verder af.
Voorbeelden daarvan zijn de tonderzwam, berkenzwam en geschubde bundelzwam
                                                                         Geschubde bundelzwam in een beuk 

Een derde groep wordt gevormd door de mycorrhiza-paddenstoelen of  Symbioten.
Deze soort gaat een samenwerkingsverband (symbiose) aan met een boomsoort.
Door zich aan de wortels van bomen te hechten onttrekken ze suikers aan de bomen. In ruil daarvoor leveren zij aan de bomen andere voedingsstoffen (o.a. fosfor), die zij met hun fijne worteldraden (mycelium) veel beter kunnen opnemen dan de bomen.
Bekende voorbeelden van symbioten zijn:
het eekhoorntjesbrood, de beukenrussula, de kastanjeboleet, vliegenzwam en de berkenboleet.
Veel symbioten werken samen met een bepaalde boomsoort, zoals hun naam vaak al verraad.
Door middel van de namen van paddenstoelen kun je er vaak al veel over te weten komen.
Wat zou je bijvoorbeeld denken van de eetbaarheid van de braakrussula?
De inktzwam en stinkzwam klinken ook niet erg aantrekkelijk, maar toch zijn deze, als ze jong zijn, goed eetbaar. Als een stinkzwam nog verkeert in het stadium van een gesloten bol, wordt hij heksenei genoemd en die schijnt goed eetbaar te zijn.
                                                                        Opengesneden heksenei (stinkzwam)

Overigens moet ik je afraden om zelf geplukte paddenstoelen te eten, vooral als je er weinig kennis van hebt. Ook al zijn  er maar weinig paddenstoelen echt levensgevaarlijk, er zijn veel soorten die gemakkelijk met eetbare soorten worden verwisseld, waar je wel behoorlijk ziek van kunt worden. Er naar kijken en ze fotograferen is ook genieten!

           

woensdag 17 oktober 2012

De Kleibosch


Al in de Middeleeuwen stond De Kleibosch in de belangstelling, destijds van de monniken van het Cisterciënzer klooster van Aduard. Die belangstelling had te maken met de bodem van het gebied, waar de potklei op veel plaatsen vrijwel aan de oppervlakte komt.

Potklei is een afzetting uit de periode van de ijstijden (tussen 100.000 en 10.000 jaar geleden), bestaande uit de kleinste kleideeltjes, die afgezet zijn in smeltwater-meren van het landijs. Vrijwel stilstaand water dus, waar het fijne slib kon bezinken. Die taaie potklei was zeer geschikt voor het bakken van stenen (kloostermoppen) en andere bouwmaterialen (tichels).
De boerderij Tichelwerk, die waarschijnlijk al eeuwen geleden in zijn huidige vorm is gebouwd en eind jaren tachtig door de stichting Het Drentsche Landschap geheel is gerestaureerd, is ooit gebouwd op de plek waar al vele eeuwen stenen werden gebakken. In het bos zijn de putten (kleidobben), waaruit de klei werd gedolven, nog goed te herkennen. Ook de sporen van een kanaaltje waarlangs de klei werd afgevoerd, is nog goed herkenbaar.
Behalve aan stenenbakkers heeft de potklei ook veel te bieden aan de natuur. Er zijn vele planten die afhankelijk zijn van deze bodem. Hiertoe behoren o.a. een aantal zeldzame soorten, zoals  de wilde bosaardbei, het heelkruid en de welriekende agrimonie.
heelkruid
welriekende agrimonie
Behalve de typisch van potklei afhankelijke soorten komen er honderden prachtige bloemen en planten voor, waaronder een groot aantal die op de zgn. rode lijst staan, d.w.z. officieel beschermd zijn. Dat geldt ook voor een aantal van de ruim honderd soorten paddenstoelen die in het gebied te vinden zijn. In het vroege voorjaar is de bodem van het bos bedekt met een aantal vroegbloeiers, vooral de bosanemoon.

Een grote diversiteit aan planten levert ook een grote variëteit aan dieren op, die op hun beurt weer predators (bijv. roofvogels) aantrekken. Kortom, een uniek stukje natuur, waar we dankzij een wandelroute in het gebied volop van kunnen genieten. Het Drentsche Landschap, eigenaar van het gebied, organiseert regelmatig excursies in het gebied. Kijk daarvoor maar eens op de site: www.drentslandschap.nl .

donderdag 28 juni 2012

De Geoorde Fuut
Op 16 juni waren we, in het kader van onze cursus Natuur en Landschap in Noordenveld, op excursie in het Drentsche Aa gebied. Dat was weliswaar buiten ons doelgebied, maar we waren op zoek naar wilde bijen en andere insecten met Anne Jan Loonstra. In het Siepelveen (achter de zandverstuiving in Zeegse) zagen we een bijzondere soort watervogel, nl de geoorde fuut. Zoals je ook bij de gewone fuut vaak ziet, kruipen de jongen vaak op de rug van een van de ouders. In het Siepelveen zwom het mannetje van de Geoorde Fuut met 2 jongen op zijn rug, gevolgd door de moeder. Het was goed te zien dat de jonge futen deze comfortabele positie uitstekend beviel.


Het Groot Waal 
In dit bericht zou ik wat aandacht willen besteden aan het Groot Waal in de Onlanden.
Weinigen zullen wel eens een kijkje hebben genomen in dat geheimzinnige stukje bos, dat ondertussen een onderdeel vormt van de waterberging.
Allereerst de naam. Met een waal wordt wel een poel of  kolk aangeduid, ook wel wiel genoemd. Waarschijnlijk heeft het bewuste gebiedje ook inderdaad zijn ontstaan te danken aan zo’n uitgespoelde kolk van het nabije Peizerdiep. Bekend is dat het water in Het Groot Waal van een kwelstroom afkomstig is en daarmee zou dus het ontstaan als kolk van het Peizerdiep niet perse nodig zijn. Wellicht is het een combinatie van beide.
Het Groot Waal is, evenals het Klein Waal, een zgn. elzenbroekbos, een moerassige veenbodem met voornamelijk elzen en berken met een ondergroei van mossen, varens en zeggesoorten.

Bij de aanleg van de waterberging was een kade gepland, die noodgedwongen gedeeltelijk door Het Groot Waal zou lopen. Hiervoor moesten bomen gerooid worden en een groot deel van dit kleine reservaat zou met een aanzienlijk hogere waterstand te maken kunnen krijgen.
Een aantal bewoners van Roderwolde heeft hiertegen en tegen de peilverhoging in het Groot Waal, bezwaar gemaakt. Men is bang dat de bomen te lang in het water komen te staan en daardoor massaal dood gaan. Voor het IVN geldt dat de habitat van het Zeggekorfslakje zal worden bedreigd, een soort die vrij zeldzaam is in Nederland.
Vanwege de zeldzaamheid is de Zeggekorfslak een doelsoort voor het Natura 2000-gebied: het Leekstermeer-gebied. Het in goede staat houden van de elzenbroekbossen zou een belangrijke beheermaatregel voor deze soort in het gebied moeten worden. Helaas zijn de Elzenbroekbossen in het Leekstermeergebied niet als zodanig erkend.

De dijk aan de westkant van het bos is smaller aangelegd dan oorspronkelijk het plan was. Hierdoor zijn de bomen, die dreigden geofferd te worden, gespaard. Om het bos heen is een zomerdijk gekomen, die ervoor zorgt  dat de bomen ’s zomers genoeg droog staan om in leven te blijven. Bij extreem hoge waterstanden kan het bos volstromen en zo fungeren als waterberging. Het overtollige water kan via een handmatig bediende uitlaatklep weer afvloeien, zodra de waterstand buiten het bos dat toelaat. Bij langdurige droogte kan juist water uit het omliggende gebied in het bos gelaten worden. Het bos vernat dus wel, maar niet te veel of te lang. Deze aanpassing is gunstig voor het gebied, want door toenemende verdroging is momenteel in meer dan de helft van het Groot Waal de zeggenondergroei vervangen door Zwarte Bes en allerlei ongewenste planten als Brandnetel en Braam. Tegengaan van verdroging staat daarom als beheermaatregel opgenomen in het Conceptbeheerplan

vrijdag 6 april 2012

Voorjaar breekt aan

Het is maart en het voorjaar komt eraan. Ook in de Onlanden zijn de eerste voorjaarsbodes zichtbaar. Op 10 maart bloeide er langs de Hooiweg al weer het klein hoefblad, dat met uitzondering natuurlijk van de  “tuinplanten”  als sneeuwklokjes, krokussen en madeliefjes, een van de eerste bloeiende bloemen na de winter is.
                                          klein hoefblad
Natuurlijk is ook aan de vogelstand te zien en vooral te horen dat het voorjaar is begonnen. Er zijn al weer vogelsoorten te zien, die we in het winterseizoen hebben gemist. Hoewel de wulp bijvoorbeeld als een wintergast te boek staat, had ik hem de hele winter niet gehoord of gezien, maar zondag bij een fietstocht door het gebied, hoorde ik zijn onmiskenbare roep langs de Langmadijk in Peizermade. Een roep die geleidelijk sneller wordt en meer gaat “rollen”. Ook de ooievaars zijn weer terug. Aan de nesten in Roderwolde, Foxwolde en Sandebuur wordt al weer weken driftig gebouwd. Het mannetje van het nest naast de kerk (goed herkenbaar omdat hij kreupelt) was de eerste week van maart nog alleen, maar deze week heeft zijn gemalin zich bij hem gevoegd. In Roderwolde kijken we al niet meer op van deze majestueuze vogels, maar de voorbijgangers blijven vaak wel even staan en er worden vele kiekjes geschoten.
Een andere indrukwekkende verschijning in ons gebied is de “mascotte” van het Onlanden- project, de grote zilverreiger. Door zijn spierwitte verenkleed is hij op grote afstand waarneembaar. Je hebt hem de hele winter kunnen zien, soms zelfs met een aantal exemplaren bij elkaar. Kieviten zwermen ook al weer boven het land en misschien liggen er al wel eieren. Op 9 maart zijn er bijna 450 (!) grutto’s geteld, een verheugend feit in een tijdwaarin de weidevogelstand aanzienlijk afneemt. Nu maar hopen dat er veel jonge kieviten, grutto’s, wulpen en tureluurs groot worden en dat ze niet verschalkt worden door de (blauwe) kiekendieven, die de waterberging hebben gekozen als hun jachtgebied.
Behalve natuur valt er in de Onlanden ook op gebied van cultuur het nodige te beleven.
In Peizermade, op de hoek van de Langmadijk is een kunstwerk geplaatst, waar je je op een heel grappige manier een beeld kunt vormen van het landschap, zoals het er zo’n 7 à 8 eeuwen geleden uit moet hebben gezien.
Naast de “kijker” staat een aansprekend gedicht over de tijd van de veenterpen.
Ga er maar eens kijken, het is echt de moeite waard.




  




Doorkijk op de Peizermade

zondag 1 januari 2012

Winter?
Van winter is nog niet veel te merken. Dat was de afgelopen 2 jaren wel anders. Toen begon je je af te vragen wat er waar was van de opwarming van de aarde, maar met een oudejaarsnacht boven de 10 graden heb je niet het gevoel dat het hartje winter is. Erg? nou, wat mij betreft niet. Ik zou zo wel door willen gaan tot het voorjaar.
Hopelijk zien we dan ook weer wat meer waterwild in de Onlanden en in het beekdal van de Drentsche Aa. Momenteel is er niet zoveel te zien en te horen. Bij elke wandeling zie je gegarandeerd één of meer zilverreigers en natuurlijk wel een paar reeën. Met oudjaar maakten we nog een wandeling rond Sandebuur. Alleen een Knobbelzwaan liet zich goed benaderen, de Blauwe Kiekendief en de Zilverreiger waren te ver weg om er een fraaie foto van te maken. Bij het Peizerdiep zit een groep Brandganzen. In de weilanden achter het kerkhof fourageren honderden Grauwe Ganzen.
Op de terugweg volgden we vanaf Sandebuur het oude kerkhofpad. Vlak voor ons ging een koppel van 6 reeën op de vlucht. Veel haast hadden ze niet, maar voordat het fototoestel schietklaar is, zijn ze toch weer 100m verder. Toch blijft het een fraai gezicht, 6 van die witte gatjes dansend over de wei. De groep splitste zich en bij het dorp bleven ze staan. Tijd dus om de telelens te richten en onderstaand plaatje te schieten.

Volgers