Stroomdal Drentsche Aa

Stroomdal Drentsche Aa
een bekende boom

donderdag 23 juni 2016

Elke maand schrijf ik een stukje over de natuur in de dorpskrant van Roderwolde. In twee afleveringen uit 2014, die ik hieronder achter elkaar heb gezet het verhaal over de dasjes van Okkenveen:

Natuur in De Onlanden                   Wil Schröder
Het is winter en behalve de tuinvogels die regelmatig de voederhuisjes e.d. bezoeken en de ganzen in de landerijen rondom het dorp, is het rustig in de natuur. Ik maak daarom van de gelegenheid gebruik om de komende twee afleveringen aandacht te besteden aan een dier dat rondom Roderwolde (nog?) niet te vinden is, nl.  de das.
Dit verhaal gaat dus over de das, die, zolang er nog geen wolven in ons land rondlopen, het grootste (land)roofdier van Nederland genoemd wordt. Roofdier is wel een groot woord voor een zeer schuw dier, dat voornamelijk leeft van regenwormen, larven, kevers, insecten, mais, fruit en af en toe een slak, een vogelei of een jonge egel. Met die grootte valt het ook wel mee, al kan een volwassen mannetje wel een meter lang kan worden en dan wel zo’n 18 kilo wegen. De vrouwtjes zijn meestal iets minder zwaar, hebben een wat smallere kop en de staart is vaak meer een pluim, een follow-me signaal voor de jongen. 

Vrijwel iedereen kent wel de markante kop van een das, wit met zwarte strepen van oor tot neus. Toch zijn er maar weinigen, die wel eens een das in het echt hebben gezien en dan helaas nog vaak een dode, meestal een verkeersslachtoffer.  Toch gaat het relatief goed met de dassen in ons land. Na een dieptepunt in de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen als gevolg van verstedelijking, ruilverkaveling e.d. het leefgebied van de dassen aanzienlijk was afgenomen en
Volwassen das (foto Aaldrik Pot)                      

bovendien veel dassen het slachtoffer werden van stroperij en gifgebruik in de landbouw, is hun aantal de laatste decennia weer aanzienlijk toegenomen. Dankzij beschermende wetgeving en maatregelen om de passage van verkeerswegen door middel van rasters en tunnels veiliger te maken, zijn er momenteel naar schatting weer ruim 5000 dassen in Nederland, waarvan meer dan 600 in Drenthe.
De vereniging  “Das en Boom”, die zich al jaren sterk maakt voor de bescherming van de das, heeft een belangrijk aandeel gehad in het herstel van de populatie.
Dassen zijn zeer schuw en komen vrijwel uitsluitend ’s avonds of ’s nachts uit hun hol (burcht) tevoorschijn. Dassen hebben slechte ogen, maar hun gehoor en vooral hun reuk is uitstekend. Ze zijn zeer alert op onraad en elk ongewoon geluid of onbekende geur is aanleiding om onmiddellijk weer in de burcht te verdwijnen en zich niet meer bovengronds te vertonen. De nachtelijke voedselstrooptocht wordt dan opgeschort.

De Drentse dassenwerkgroep, o.l.v. SBB boswachter Pauline Arends en dassenkenner Lex Duif, organiseert ieder jaar een dassentelling in Midden-Drenthe. Een grote groep vrijwilligers gaat op een avond in de maand mei, als de jonge dassen met hun ouders naar buiten komen, posten bij de diverse bekende burchten om te inventariseren hoeveel dassen er zitten en hoeveel jongen er geboren zijn.          Dassenburcht met grote zandhopen

Boswachter Aaldrik Pot organiseert zijn telling in Noord-Drenthe.                               
Dassen zijn sociale dieren en wonen soms met meerdere “gezinnen” in een burcht. Sommige burchten zijn al jaren oud en worden al generaties lang door dassenfamilies  bewoond.
Dassen zijn echte gravers en een dassenburcht is goed te herkennen aan de grote hopen zand voor de pijpen, soms wel meerdere kubieke meters. Dassen onderhouden hun woning goed. Een bewoonde burcht is herkenbaar aan verse graafsporen en in het voorjaar aan resten van nestmateriaal (hooi, blad, mos) dat door de moederdas naar de burcht wordt gesleept en regelmatig wordt ververst.
Bij de voortplanting van dassen doet zich een merkwaardig fenomeen voor. Een vrouwtjesdas kan na de zoogperiode van haar jongen (ca. eind mei) de gehele rest van het jaar bevrucht worden, eventueel zelfs door verschillende mannetjes.  De bevruchte eicellen blijven echter in een bepaalde ruststand en komen nog niet tot ontwikkeling. Pas in deze tijd (december) beginnen de embryo’s zich te ontwikkelen, onafhankelijk van het moment waarop ze verwekt zijn.
Eind februari worden de jongen dan geboren, zodat ze in de meest gunstige tijd van het jaar (temperatuur, voedsel) namelijk begin mei, voor het eerst naar buiten komen
   Lia met een dassenjong van ca. 12 wkn oud.

Helaas worden (vooral in het zuiden van het land) nog steeds dassenburchten vernietigd of beschadigd en worden dassen gestroopt of vergiftigd. Gelukkig is, dankzij de wettelijke bescherming die de das en ook zijn leefomgeving geniet, dit verwerpelijke gedrag sterk afgenomen, maar het vindt helaas nog steeds plaats. Vroeger werd er op dassen gejaagd, omdat men ze als schadelijk beschouwde en er producten werden gemaakt van bijvoorbeeld hun haren (o.a. scheerkwasten). Men ving zelfs dassen om ze met honden te laten vechten. Van de dassen werden dan wel eerst de tanden verwijderd, omdat ze anders vrijwel altijd de honden de baas waren. In Groot-Brittannië zijn dassen momenteel vogelvrij, omdat men ze (onterecht) verdenkt van het overbrengen van (vee)ziekten.
Er komen veel dassen om als gevolg van aanrijdingen door auto’s;  zo’n 10 tot 15 procent van dassenpopulatie komt om in het verkeer. Als dat om een zogend vrouwtje gaat, is dat extra rampzalig, omdat dan meestal ook de jongen, die te jong zijn om zelf voedsel te vergaren, omkomen. Op 6 mei van dit jaar werd er een moederdas doodgereden op de A28 bij Tynaarlo. Omdat wij o.a. door middel van een nachtcamera de burcht van deze das voortdurend controleren, wisten we dat het om een zogend vrouwtje ging met maar liefst 5 jongen, een uniek aantal. Een das krijgt meestal 3 à 4 jongen per jaar, heel soms 4. Vijf jongen in één worp is dus heel bijzonder. Ondanks pogingen om de jongen, die naar schatting zo’n 10 à 12 weken oud waren, bij te voeren, ging hun conditie steeds verder achteruit.
 
Vijf (!) jonge dasjes op zoek naar hun onmisbare moeder. 
Het speciale voer (rechts) was niet toereikend


In overleg met de vereniging Das en Boom is er na 10 dagen een ervaren vanger uit Limburg naar Tynaarlo gekomen, die een nacht lang bezig is geweest om de verweesde dasjes te redden. Na de vangst van vier dasjes (de vijfde heeft hij helaas niet te pakken kunnen krijgen) heeft hij ze naar het opvangcentrum in Beek-Ubbergen (bij Nijmegen) gebracht. Daar werden ze door vrijwilligers liefdevol verzorgd. Ondertussen zijn ze gezond en volledig op hun normale gewicht en zijn ze eind augustus weer uitgezet.
 
De vier jonge dasjes in de opvang van Das en Boom

Zo’n uitzetting vindt plaats in een speciale ren met een (kunst-)burcht in Noord-Brabant. De dassen moeten namelijk geleidelijk leren voor zichzelf te zorgen. Nadat ze een aantal maanden worden (bij)gevoerd, waarbij ze steeds meer moeten zoeken naar het voedsel, wordt de ren opengezet om ze de mogelijkheid te bieden in een groter gebied hun voedsel te verzamelen en op den duur hun eigen plek te vinden. De ervaring leert dat de uitgezette dassen, die maandenlang overdag zijn verzorgd en gevoerd, al na enkele dagen weer hun nachtritme aannemen en zich overdag niet meer bovengronds vertonen.
Het is jammer dat deze Drentse dasjes niet weer in onze regio konden worden uitgezet, maar de aanleg van een uitzetren en de eerste maanden van het afbouwen van de verzorging is een kostbare zaak en in Brabant is een ren en verzorging beschikbaar. Het voordeel is dat er in Brabant nieuw (Drents) bloed in de populatie komt. We hopen dat “onze” burcht binnenkort weer nieuwe bewoners krijgt.
Wil je meer horen over dassen e.d.? Ik geef er graag een lezing over met plaatjes en filmpjes.

    Eén van de gevangen weesjes

                                                      




Volgers