Ode aan Okkenveen
Waar de lucht en het zicht steeds weer verandert
Daar ligt mijn hart, daar voelt het fijn
Waar de Drentsche Aa volop meandert
Daar zou ik alle dagen willen zijn
Waar de dassen graven en de distel bloeit
De golfjes kabb’len op de plas
Waar de buizerd roept en de gagel groeit
Daar voel ik mij geweldig in mijn sas
Waar de lucht bezwangerd is met geuren
Een reiger uitglijdt op het ijs
Waar de lage zon de kim doet kleuren
Daar ligt mijn paradijs