Dierenleed
Het zijn
niet altijd vrolijke schouwspelen die je in de natuur kunt waarnemen. Zeker niet in een koude winterperiode met
strenge vorst en sneeuw. Toen op maandag 28 januari de dooi volledig was
ingetreden, maakte ik een lange wandeling door de Onlanden. In de weilanden
tussen de Hooiweg en Sandebuur zaten duizenden ganzen die zich te goed deden
aan het gras dat weer onder de sneeuw vandaan was gekomen. Ik liep vanaf het
gemaaltje langs de sloot in de richting van het kerkhof, toen ik een lugubere
vondst deed. Langs de slootkant achter het kerkhof lag een dode ree die
volledig uitgevreten was, waarschijnlijk door een vos. Achteraf bedacht ik, dat
ik van de plek ook een buizerd had zien opvliegen, dus die zal ook zijn
hongerige maag wel gevuld hebben met het rijke aanbod van vers vlees.
Het zag er nogal
luguber uit met het uitgeholde lijf, waarin alleen nog het hart lag.
Even later vond ik achter op het
kerkhof nog een dode ree, nu geheel intact en waarschijnlijk nog geen jaar oud.
Ik vermoed dat het een jong geweest is van het andere slachtoffer, dat in de
buurt van de dode moeder is gebleven en bij gebrek aan bescherming van de
roede, de kou niet heeft overleefd.
Toen ik met een vriend vier dagen later nog eens naar de kadavers wilde gaan kijken, waren ze beide verdwenen. Van de jonge ree vonden we geen sporen, maar de aangevreten ree was over de sloot de ruigte in gesleept en vrijwel volledig geconsumeerd. Behalve haren lagen er alleen nog de kaalgevreten schedel, de ruggegraat en de botten van een poot. Onvoorstelbaar dat het dier in nog geen week vrijwel volledig was “opgeruimd”.